Schijnzelfstandigheid test: zelfstandige of eigenlijk werknemer?

Beantwoord 14 vragen over hoe de samenwerking in de praktijk verloopt en krijg een indicatie van het risico op herkwalificatie, met uitleg per criterium en tips. Voor zelfstandigen en opdrachtgevers.

Vragen

Beantwoord de vragen naar hoe het in de praktijk gaat, niet naar wat er in het contract staat. Je antwoorden blijven in je browser; er wordt niets verstuurd of opgeslagen.

Ik vul dit in als
Bepaalt alleen welke tips je krijgt; de vragen zijn voor beide gelijk.
In bouw, bewaking, vervoer, schoonmaak en land- en tuinbouw geldt een wettelijk vermoeden op basis van 9 criteria.

Wil der partijen weging 10%

1. Is er een schriftelijke overeenkomst als zelfstandige, en verloopt de samenwerking in de praktijk ook zo?De wil der partijen telt alleen als de feitelijke uitvoering ermee overeenkomt.

Vrijheid in de organisatie van de werktijd weging 20%

2. Legt de opdrachtgever werkuren of een uurrooster op, of moet de aanwezigheid geregistreerd worden?
3. Moet de zelfstandige vakantie of afwezigheid laten goedkeuren door de opdrachtgever?

Vrijheid in de organisatie van het werk weging 20%

4. Bepaalt de opdrachtgever hoe het werk wordt uitgevoerd en verdeelt hij de taken, zoals bij personeel?
5. Mag de zelfstandige zich laten vervangen of zelf personeel of onderaannemers inzetten?

Mogelijkheid van hiërarchische controle weging 20%

6. Is er regelmatige rapportering of controle zoals bij werknemers (bijvoorbeeld wekelijkse opvolging, evaluaties of sancties)?
7. Staat de zelfstandige in het organigram of gebruikt hij een e-mailadres of visitekaartje van het bedrijf zonder vermelding van zijn zelfstandig statuut?

Economische zelfstandigheid (sectorcriteria) weging 30%

8. Investeert de zelfstandige zelf substantieel in zijn zaak en deelt hij in winst en verlies?
9. Beslist de zelfstandige zelf over zijn financiële middelen en zijn aankopen?
10. Bepaalt de zelfstandige zelf zijn prijzen?Wettelijk vastgelegde prijzen tellen niet mee.
11. Krijgt de zelfstandige een gewaarborgde vaste vergoeding, ongeacht de resultaten of de omvang van zijn prestaties?
12. Is er een resultaatsverbintenis: een concreet resultaat afgesproken, en niet alleen inzet of beschikbaarheid?
13. Treedt de zelfstandige naar buiten op als onderneming en werkt hij niet hoofdzakelijk voor één opdrachtgever?
14. Werkt de zelfstandige met eigen materiaal en in ruimtes waarvan hij eigenaar of huurder is?

Indicatie

Risico op schijnzelfstandigheid–
Risicoscore (0–100)–
Beantwoord0 van 14
Factor (weging)Wijst richtingScore

De score is geen kans in statistische zin, maar een gewogen optelsom van je antwoorden. Zie „Zo werkt de score” hieronder.

Zo werkt de score

Uitleg: Schijnzelfstandigheid in België

Een schijnzelfstandige werkt onder het statuut van zelfstandige, maar oefent zijn activiteit in werkelijkheid uit onder het gezag van een werkgever. Het verschil tussen werknemer en zelfstandige is volgens de FOD WASO het al dan niet bestaan van een gezagsverhouding. De Arbeidsrelatiewet (Programmawet (I) van 27 december 2006, art. 328 tot 343) beoordeelt dat met vier algemene criteria: de wil der partijen, de vrijheid van organisatie van de werktijd, de vrijheid van organisatie van het werk en de mogelijkheid tot hiërarchische controle. Elk criterium afzonderlijk heeft geen waarde; het gaat om de samenloop.

In de bouw, bewaking, het vervoer, de schoonmaak en de land- en tuinbouw geldt een weerlegbaar vermoeden: zijn meer dan de helft van 9 economische criteria vervuld, dan wordt een arbeidsovereenkomst vermoed. Voor platformwerk gelden aparte criteria. Bij twijfel kan de Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie een advies of een rulingbeslissing geven. Wil je het kostenverschil kennen? Gebruik de rekenhulp zelfstandige vs werknemer of bereken de loonkost van een bediende.

Veelgestelde vragen

Wat is schijnzelfstandigheid?

Een schijnzelfstandige heeft het statuut van zelfstandige, maar werkt in werkelijkheid onder het gezag van een werkgever. Bij herkwalificatie gelden de regels van een arbeidsovereenkomst en de RSZ-bijdragen voor werknemers.

Welke criteria gebruikt de Arbeidsrelatiewet?

Vier algemene criteria: de wil der partijen (als de uitvoering ermee overeenstemt), de vrijheid van organisatie van de werktijd, de vrijheid van organisatie van het werk en de mogelijkheid tot hiërarchische controle. Daarnaast bestaan neutrale en specifieke criteria.

Wanneer geldt het vermoeden van een arbeidsovereenkomst?

In de bouw, bewaking, het vervoer, de schoonmaak en de land- en tuinbouw wordt een arbeidsovereenkomst vermoed als meer dan de helft van de 9 wettelijke criteria vervuld is, zoals geen financieel risico, een vaste vergoeding en werken met materiaal van de opdrachtgever. Het vermoeden is weerlegbaar en geldt niet voor familiale arbeidsrelaties.

Wat doet de Commissie Arbeidsrelaties?

De Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie beslist op aanvraag of een arbeidsrelatie die van werknemer of zelfstandige is. Sinds 2023 kan ze ook adviezen geven; een advies is niet bindend.

Is de uitkomst van deze test bindend?

Nee. De test is een indicatie en geen beslissing van de RSZ, de inspectie, de Commissie of de rechtbank. Raadpleeg bij twijfel je sociaal secretariaat, socialeverzekeringsfonds of een advocaat.

Worden mijn antwoorden opgeslagen?

Nee. De berekening gebeurt in je browser. We tellen alleen anoniem dat de test is afgerond, zonder je antwoorden.

Let op: indicatie, geen juridisch oordeel

Deze test geeft een indicatie op basis van de algemene en specifieke criteria van de Arbeidsrelatiewet. Het is geen juridisch advies en geen beslissing van de RSZ, de sociale inspectie of de rechtbank; daaraan kunnen geen rechten worden ontleend. Voor zekerheid kun je een advies of een rulingbeslissing vragen aan de Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie, of raad je sociaal secretariaat, socialeverzekeringsfonds of een advocaat. Niet meegenomen: familiale arbeidsrelaties (daarop is het vermoeden niet van toepassing), specifieke sectorcriteria bij koninklijk besluit en de 8 criteria voor platformwerk.

Bronnen & gebruikte waarden

FactorWegingOnderbouwing
Wil der partijen10%Algemeen criterium (art. 333 Arbeidsrelatiewet). Telt alleen als de uitvoering ermee overeenkomt; daarom een lager gewicht.
Vrijheid in de organisatie van de werktijd20%Algemeen criterium (art. 333 Arbeidsrelatiewet).
Vrijheid in de organisatie van het werk20%Algemeen criterium (art. 333 Arbeidsrelatiewet); vervanging/eigen personeel is ook sectorcriterium g.
Mogelijkheid van hiërarchische controle20%Algemeen criterium (art. 333 Arbeidsrelatiewet): de mogelijkheid van controle volstaat, ze hoeft niet effectief uitgeoefend te worden.
Economische zelfstandigheid (sectorcriteria)30%De 9 criteria van het vermoeden (art. 337/2) voor bouw, bewaking, vervoer, schoonmaak en land- en tuinbouw; buiten die sectoren gebruikt als aanwijzing.

modelkeuze De gewichten zijn geen wettelijke waarden maar een eigen inschatting op basis van de bronnen hieronder.

Gecontroleerd op 3 oktober 2026.